Begrippenlijst
Hieronder vindt u op alfabethische volgorde de uitleg van begrippen die u tegen kunt komen bij de aan- of verkoop van een woning of agrarisch object.
A
Afsluitkosten: Alle kosten die u maakt bij het afsluiten van een hypotheek, zoals een hypotheekakte, afsluitprovisie, taxatie- en administratiekosten.
Afsluitprovisie: Bedrag dat de bank in rekening brengt als u een hypotheek afsluit.
Aftrekbare kosten: Alle kosten die u maakt bij de aankoop van een huis en die u mag aftrekken voor de inkomstenbelasting.
Akte: Een ondertekend en gedagtekend document waarin feiten en afspraken zijn vastgelegd.
Annuleringskosten: Wanneer u afziet van een hypotheek terwijl u de offerte eerder had geaccepteerd, brengen sommige banken annuleringskosten in rekening.
Antispeculatiebeding: Een antispeculatiebeding is een bepaling die geldt bij koop van een stuk grond, bestemd voor woningbouw. Deze bepaling houdt in dat de koper van de woning, die op die kavel gebouwd wordt, verplicht is om die woning gedurende een bepaalde tijd zelf te bewonen en de woning gedurende deze periode niet aan derden mag verkopen. De bepaling voorkomt, dat iemand voordeel heeft bij het verkopen van een woning die met subsidie gebouwd is.
B
Bankgarantie: Als een bank een bankgarantie afgeeft, garandeert die bank dat zij op verzoek van de begunstigde datgene dat vastgelegd is in de bankgarantie zal voldoen. Meestal wil de verkoper 10% van het verkoopbedrag als zekerheid. In plaats van te betalen in contanten kunt u ook een bankgarantie geven.
Bedrijfstoeslagrechten: Een nieuwe vorm van landbouwsubsidie gebaseerd op bedrijfsgegevens van een agrarisch bedrijf, losgekoppeld van produktie.
Bestemmingsplan: Een door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin het gebruik van de grond in een gemeente is vastgelegd voor een aantal jaren.
Bouwrente: De rente die u betaalt vanaf het moment van ondertekening van het koopcontract tot aan de oplevering van uw nieuwbouwwoning.
Box I: In deze box valt inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen woning en winst uit onderneming. Hier vindt dus ook de verrekening plaats van de hypotheekrenteaftrek.
Box II: In deze box geldt een vast tarief van 25%, waarmee u belast wordt indien u in het bezit bent van meer dan 5% aandelen van een vennootschap (aanmerkelijk belang).
Box III: In deze box valt alles wat niet onder box I en box II valt: bezittingen, zoals spaartegoeden, beleggingen en onroerend goed anders dan de hoofdwoning en schulden, zoals consumptieve leningen en een hypotheek op een tweede woning. De fiscus gaat uit van een fictief rendement van 4% over het saldo van uw bezittingen en schulden. Dit rendement wordt belast met 30%. Dit komt neer op 1,2% belasting over uw vermogen (vermogensrendementsheffing).
C
Canon: Jaarlijkse heffing voor grond die in erfpacht is uitgegeven door de gemeente / verpachter.
Courtage: Vergoeding of provisie die de makelaar u voor zijn diensten in rekening brengt.
E
Eigendomsbewijs: Een door het kadaster gewaarmerkte kopie van de transportakte. Krijgt u van de notaris na de overdracht.
Erfdienstbaarheid: Een last op een stuk grond ten dienste van de eigenaar van een aangrenzend stuk grond. Bijvoorbeeld het recht van overpad.
Erfpacht: Een recht op een stuk grond van een ander, meestal van de gemeente of landgoedeigenaar.
Executie: Gedwongen verkoop. Als u niet voldoet aan uw verplichting, kan de hypotheekverstrekker hiertoe overgaan.
Executiewaarde: De executiewaarde is de getaxeerde opbrengst van een huis bij gedwongen verkoop. Meestal is dit bedrag 75% tot 90% van de waarde bij vrije verkoop.
F
Financieringskosten: Alle kosten die u maakt om een lening af te sluiten.
G
Garantie Instituut Woningbouw (GIW): Geeft waarborgcertificaten uit voor huizen die door aangesloten bouwbedrijven zijn gebouwd. De aangesloten bedrijven zijn verplicht te bouwen volgens de vastgestelde normen.
Garantieregeling: Waarborgregeling van het GIW.
Geldverstrekker: Ander woord voor hypotheekverstrekker of hypothecaire financier.
Gesplitste hypotheek: Bij een sociale koopwoning splitst de bank de hypotheek in twee delen: wat u zelf opbrengt en wat wordt afgelost door de jaarlijkse premie van de overheid.
H
Herbouwwaarde: Het bedrag dat nodig is om uw huis weer op te bouwen als het door bijvoorbeeld brand is verwoest.
Hertaxatie: Sommige geldverstrekkers laten na afloop van elke rentevaste periode uw huis opnieuw taxeren.
Hoofdelijke aansprakelijkheid: Hiervan is sprake als ieder van de betrokkenen afzonderlijk kan worden aangesproken voor de totale (hypotheek)schuld.
Huwelijkse voorwaarden: Overeenkomst tussen gehuwden die de onderlinge verdeling van het vermogen regelt. Zonder huwelijkse voorwaarden bent u gehuwd in gemeenschap van goederen.
Hypotheek meenemen: Mogelijkheid om bij verhuizing het nieuwe huis in onderpand te geven voor de bestaande hypotheek.
Hypotheekakte: De notariële akte waarin de rechten en plichten tussen de hypotheekgever en de hypotheeknemer zijn vastgelegd.
Hypotheekgever: De huiseigenaar die zijn huis als onderpand inbrengt om een hypothecaire lening te krijgen.
Hypotheeknemer: De bank die een hypothecaire lening verstrekt aan een huiseigenaar, met het huis als onderpand.
Hypotheekverstrekker: Ander woord voor hypotheeknemer of hypothecaire financier.
Hypotheekregister: Openbaar register bij het kadaster waar alle hypotheken staan geregistreerd.
K
Kadaster: Instelling waar alle onroerende zaken (grond, gebouwen) staan geregistreerd. Iedereen kan hier opvragen wie de eigenaar is van een onroerend goed en of er hypotheek op rust.
Kavelruil: Mogelijkheid om met minimaal 3 partijen via ruiling van agrarische gronden vrijstelling van overdrachtsbelasting te bewerkstelligen.
Kettingbeding: Bepaling in een koopcontract die moet worden overgedragen op iedere volgende eigenaar.
Kosten koper (k.k.): De bijkomende kosten bij de aankoop van een huis komen voor rekening van de koper. Hieronder vallen onder andere de notariskosten en de overdrachtsbelasting.
Koopcontract, voorlopig: Bedrieglijke term voor een overeenkomst die de aan- en verkoop van een huis regelt. Tekent u, dan zit u eraan vast, behoudens ontbindende bepalingen.
M
Makelaar o.g.: Bemiddelaar in onroerend goed die handelt in naam en voor rekening van anderen.
N
Nationale Hypotheek Garantie (NHG): Borgstelling die door het Waarborgfonds Eigen Woningen wordt afgegeven. Om hiervoor in aanmerking te komen, moeten het inkomen, de lening en de waarde van het huis voldoen aan normen. NHG wordt aangevraagd via de instelling die de hypotheek verstrekt.
Netto woonlasten: De werkelijke kosten die u betaalt voor uw huis nadat alle bijtellingen, aftrekposten en overige kosten zijn verrekend.
O
Onderhandse akte: Akte die zonder tussenkomst van de notaris is opgesteld.
Ondermaat: De meeste koopakten vermelden dat er tot een zekere grens niet hoeft te worden verrekend als er iets minder grond wordt geleverd dan beschreven in de akte.
Onroerend goed: De grond en alles wat zich daarop of daarin bevindt voorzover dit er 'aardvast of nagelvast' mee is verbonden.
Onroerendezaakbelasting: Belasting die de gemeente heft bij bewoners en eigenaren van huizen. De hoogte van de belasting is afhankelijk van de getaxeerde waarde van het pand.
Ontbindende voorwaarden: Dit zijn voorwaarden die in de koopakte kunnen worden opgenomen. Op grond van een voorwaarde kan een koper de koopovereenkomst kosteloos ontbinden. Een ontbindende voorwaarde kan zijn de financiering, het verkrijgen van een huisvestingsvergunning, het verkrijgen van de Nationale Hypotheek Garantie of de uitkomst van een bouwkundig advies.
Opstal: Het gebouw, exclusief de grond.
Opstalverzekering: Verzekering van uw huis tegen schade door bijvoorbeeld brand, storm, bliksem en inbraak.
Optie: Recht van koop. Als de verkoper u een optie geeft (dat hoeft hij niet te doen), verplicht hij zich om het huis gedurende een bepaalde termijn niet aan een ander aan te bieden.
Oriëntatieopdracht: Opdracht aan een makelaar om een huis te zoeken. U kunt de opdracht begrenzen in tijd en in plaats.
Overbruggingskrediet: Lening om de periode tot de verkoop van uw oude huis te overbruggen, terwijl u al een nieuw huis hebt gekocht. Is meestal slechts mogelijk voor een beperkte periode.
Overdrachtsakte: Notariële akte waarin de aan- en verkoop van een huis wordt vastgelegd. Deze akte wordt geregistreerd bij het kadaster.
Overdrachtsbelasting: Belasting (6% van de koopsom) die verschuldigd is bij aankoop van een huis.
Overlijdensrisicoverzekering: Verzekering die uitkeert bij overlijden van de verzekerde. Zo'n verzekering maakt het voor de nabestaanden mogelijk om de hypotheekschuld in één keer af te lossen en in het huis te blijven wonen.
Oversluiten: Het opnieuw afsluiten van de hypotheek tegen een andere rente en/of voorwaarden, bij een andere of dezelfde hypotheekinstelling. Als de dagrente flink wat lager is dan de rente waartegen een hypotheek is afgesloten, lijkt het aantrekkelijk een nieuwe hypotheek af te sluiten tegen die lagere dagrente. De meeste banken hanteren hierbij echter ongunstige boeteclausules, de zgn. 'contante waarde van het renteverschil'.
Overwaarde: Het verschil tussen de vrije verkoopwaarde van uw huis en de nog uitstaande hypotheek.
P
Partnerregistratie: Sinds 1 januari 1998 kunnen ongehuwd samenwonenden zich officieel als partners laten registreren. Deze registratie geeft praktisch dezelfde rechten als een huwelijk.
Passeren: Formele handeling waarbij een akte in het bijzijn van de notaris wordt ondertekend.
Q
Quotum: Referentiehoeveelheid binnen de agrarische sector die recht geeft om een hoeveelheid van een produkt (melk, suikerbieten, etc.) te mogen voortbrengen.
R
Rentevaste periode: Periode waarin uw hypotheekrente vastligt, ook al schommelt de marktrente. Bij de meeste hypotheekverstrekkers is uw keuze hierin beperkt.
Roerende goederen: Dit zijn goederen die de koper kan overnemen van de verkoper en die niet al met de onroerende zaak zijn verbonden.
S
Samenlevingsovereenkomst: Overeenkomst tussen twee of meer samenwonenden waarin afspraken over zaken als eigendom, levensonderhoud en pensioenen zijn vastgelegd.
Servicekosten: Kosten voor collectief onderhoud, collectieve verzekeringen en overige voorzieningen aan een onroerend goed. Bewoners/eigenaren van flats, appartementen en gesplitste woningen hebben met servicekosten te maken.
T
Taxatie: Het vaststellen van de waarde van grond en huis door een taxateur.
Taxatierapport: Rapport waarin de resultaten van de taxatie staan vermeld.
Transportakte: Ander woord voor overdrachtsakte.
V
Variabele rente: Hypotheekrente die meebeweegt met de rente op de kapitaalmarkt. Het percentage ligt doorgaans lager dan voor een rente die voor een of meerdere jaren wordt vastgelegd.
VBO: Vereniging Bemiddeling Onroerend goed, een landelijke organisatie van makelaars en taxateurs.
Verborgen gebreken: Gebreken die niet met het blote oog zijn waar te nemen, maar die naar buiten komen nadat u het huis al hebt gekocht. U kunt de verkoper hier in veel gevallen achteraf op aanspreken.
Vereniging van Eigenaren: Als u eigenaar bent van een appartementsrecht, bent u volgens de wet lid van de Vereniging van Eigenaren (VvE). Samen met de overige eigenaren behartigt de VvE de gemeenschappelijke belangen in en rond het appartementencomplex. In de splitsingsakte is aangegeven welk aandeel u als eigenaar hebt in het gehele gebouw.
Vermogensbelasting: Belasting die u betaalt over het vermogen dat u bezit. Ook de overwaarde in uw huis valt hieronder voorzover die uitstijgt boven bepaalde (ruime) vrijstellingen.
VINEX: Afkorting voor de vierde nota ruimtelijke ordening extra. Deze overheidsnota wijst o.a. bepaalde gebieden in Nederland aan als nieuwbouwlocaties, de zogenaamde 'VINEX-locaties'.
Vrij op naam (v.o.n.): De wettelijk kosten die u maakt bij aankoop van een nieuwbouwwoning.
Voorlopig koopcontract: Contract dat vooraf gaat aan de overdracht bij de notaris en waarin meestal ontbindende voorwaarden zijn opgenomen. Let u op: indien u een voorlopig koopcontract tekent, dan is de koop wel degelijk definitief, behoudens een terecht beroep op een eventuele ontbindende voorwaarde.
Vrije vestiging: Om dit huis te bewonen, hebt u geen huisvestingsvergunning nodig.
Vrije vloeroppervlakte: Alle vloeroppervlak met een vrije hoogte van minstens 210 cm erboven.
Vrij te aanvaarden: U koopt het huis zonder dat het bewoond is. U kunt er dus zelf gaan wonen.
W
Waarborgsom: De aanbetaling aan de koper die in het koopcontract kan zijn opgenomen. Het bedrag komt meestal overeen met de boete die u als koper moet betalen als u niet aan de verplichtingen kan voldoen. De waarborgsom kan met een bankgarantie worden voldaan.
Waardegrondslag: De waarde van uw huis is de grondslag voor de onroerende-zaakbelasting van de gemeente.
Waardepeildatum: De datum waarop uw huis voor het laatst is getaxeerd door de gemeente in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ).
Werkgeversverklaring: Verklaring van een werkgever ten behoeve van een van zijn werknemers, nodig voor inschrijving bij de verzekering, ziekenfonds, hypotheekaanvraag e.d.
Welstandscommissie: Een college dat bouwplannen beoordeelt en advies uitbrengt aan de gemeente. Die beslist over de bouwvergunning.
WOZ-waarde: De gemeente stelt de fiscale waarde van uw woning vast. Deze waarde wordt bepaald voor de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ).
Woonhuisverzekering: Ander woord voor opstalverzekering.